Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

KCollet

Karen Collet is persvoorlichter bij de TU Delft. Ze blogt op persoonlijke titel.

Balans van zoet, zuur, zout, bitter en umami

 

Waarom bloggen mijn mannelijke collega’s vrij fanatiek, terwijl de dames (inclusief ikzelf) aarzelend aan de kant staan? Tijdens een lunchgesprek vertelde collega @Inbon dat ze af en toe aan een blog begint, maar vaak vindt ze dat de insteek te negatief is. Je wilt toch niet dat wie jou googled allemaal negatieve stukjes tegenkomt? Er wordt op het web al zo veel geroepen hoe slecht van alles en nog wat is ‘#failfailfail!!!’ (tot zover @Inbon). Maar toch, boosheid en verontwaardiging zijn sterke impulsen om de pen te grijpen. En vaak een leuke bril om door te lezen.

Het gesprek leidde tot de conclusie dat een goede blog bestaat uit de juiste balans tussen zoet, zuur en bitter. Die had ik een paar dagen eerder opgepikt in een kookprogramma en leek me hier uitstekend te passen. Hij past trouwens ook op communicatie in het algemeen en, op het gevaar af hoogdravend te zijn, het leven zelf.

Zoet: Staat bij uitstek voor het verleiden. Waarom zou ik je blog lezen als ik geen zoet krijg? Ik wil me in je blog herkennen, het gevoel hebben dat het voor mij geschreven is, lezen dat ik en mijn achterban het best goed doen… Rond ook af met zoet. Als het snoepje bij het verlaten van een restaurant: een goed gevoel bij het afscheid.

Zuur: Een beetje zuur kan heel verfrissend zijn. Eenmaal verleid, mag je me best even prikkelen of me uit mijn comfortzone halen. Alleen maar zoet bevredigt de trek tenslotte niet echt.

Bitter: Het gevaar bestaat dat ‘verfrissend’ doorschiet naar bijtend of bitter. Weinig mensen houden van bitter. Voorzichtig mee zijn dus. Hoewel, er is niks mis met een goede blog voor een niche.
Voorkom in ieder geval een bittere nasmaak.

Zout: Een vleugje humor, voegde collega @MichelvanBaal per tweet toe. Eens, humor als een vleugje zout dat je voor het opdienen over een gerecht strooit. Niet om cynisch in open wonden te wrijven. Het bittere hadden we immers al.

Er blijkt nog vijfde smaak te bestaan: umami. Dat wist ik niet, maar ik kwam het tegen toen ik mijn huiswerk deed voor deze blog. Het is altijd leuk als er wat nieuws te leren valt, ook in een blog.

Pittig is niet een smaak, maar een pijnsensatie. ‘Food for thought’ voor wie van pittige tekstjes of gerechtjes houdt.

Heb ik hiermee alle aspecten van een leuke blog opgesomd? Nee, vast niet. Waarschijnlijk is het ook een ‘vrouwending’ om mij dit af te vragen. Is dat de reden waarom we staan te twijfelen in plaats van de sprong te wagen? Die vraag of je blog wel goed genoeg is, of je wel alles hebt gezegd? Misschien is het antwoord daarop dit keer wel ‘nee’. Dit keer is het goed genoeg als dit stukje u goed gesmaakt heeft.

Meer smaakjes
En dan zijn er nog al die lekkere kruidjes en andere smaakjes, die uiteindelijk bestaan uit deze vijf basissmaken. Heerlijk, maar met mate en niet alles door elkaar. Zo is het ook met schrijven. Ik had nog allemaal leuke weetjes: dat zout het enige gesteente is dat mensen eten, dat zout vroeger een betaalmiddel was en dat ‘soldaat’ komt van ‘sal’. Maar tja, schrijven is schrappen. Je kunt altijd nog een linkje toevoegen, zoals deze naar een mooi artikel van Trouw over smaken: Het zoet, het zuur, het zout, het bitter.

Maak de dag van een journalist

 

Het is heel erg zonde als je als persvoorlichter een mailtje krijgt waarin staat dat een student of medewerker vorige week iets leuks heeft gedaan. Het had een leuk bericht kunnen worden, het had de beeldvorming van de TU Delft kunnen versterken, als we het op tijd geweten hadden. Dit overkomt ons elke maand wel een paar keer en het frustreert mij en mijn collega’s steeds weer want er blijven te veel mooie verhalen liggen.

Hoe los je dat probleem op? Ik besloot te proberen de kennis van marketing- en communicatiecollega’s die daar belangstelling voor hadden, te versterken. Als zij meer kennis hebben van wat nieuws is, of er gevoel voor ontwikkelen, gaan ze waarschijnlijk meer en vooral betere informatie doorgeven aan de persvoorlichters en kunnen wij de media voeden met leuk nieuws. Zo ontstond het idee voor de workshop ‘Dit is het nieuws’, die ik op 5 november 2012 voor het eerst gaf.

Overigens vind ik het ook gewoon leuk om over mijn vak te praten, het inspireert me. Door het geven van mediatrainingen en workshops crisiscommunicatie heb ik ervaren hoe leuk het is om op die manier kennis te delen. De vragen en feedback die je krijgt dwingen je om na te denken over de dingen die je doet. Waarom doe je dat ook alweer zo? Is dat nog goed? Overigens vind ik het andersom ook leuk, dus bij dezen een oproep aan de collega’s om hun kennis te delen en me te inspireren met hun inzichten. En nog iets waar ik blij mee ben: ik leer op deze manier collega’s waarmee ik verder weinig contact heb beter kennen, en zij mij.

Inschatten of iets nieuws is of niet, blijft gedeeltelijk een kwestie van gevoel of ervaring. Bij de afweging om bijvoorbeeld een persbericht te maken, zeggen mensen wel eens: ‘Niet geschoten is altijd mis.’ En altijd weer denk ik even, ‘Is dat niet waar? Wat zeur ik ook’. Maar nee, het is niet waar. We willen dat journalisten (blijven) vinden dat onze persberichten de moeite waard zijn om minstens even te lezen, onze tweets om te blijven volgen… Voor mij is de quote van Susan Young heel sprekend: journalisten worden een groot deel van hun tijd verveeld met nieuws dat ze niet boeit. Maak hun dag! Geef ze dat nieuws waarvan ze zin krijgen om er mee aan de slag te gaan.

Susan Young, 5 Ways to Think Like a News Reporter

Als universitaire persvoorlichter (en het zal elders niet veel anders zijn) bemiddel je tussen twee -werelden. De interne wereld waar heel veel gebeurt: veel leuke dingen en veel belangrijke dingen. Maar voor wie zijn ze leuk en belangrijk? De buitenwereld heeft veel interesse voor onze berichten, mits we de (voor hen) niet relevante berichten er uit filteren. Dat is onze taak als voorlichters. Maken dat journalisten wat minder nee hoeven te zeggen, omdat wij dat al voor ze hebben gedaan. En zo vaak mogelijk ‘hun dag maken’ met onderwerpen waarmee ze aan de slag kunnen.

Op het bordes

Met mooi weer fiets ik ‘s avonds graag een rondje en meestal ga ik dan achter Paleis Huis ten Bosch langs. Dan kijk je toch altijd automatisch even naar het bordes, waar na de Olympische Spelen de kampioenen als nationale helden worden gehuldigd.

Afgelopen maandag zag ik de twitterstroom over de prachtige huldiging, op een Eindhovens bordes, van Tech United, het robotvoetbalteam van de Technische Universiteit Eindhoven. Er zijn de laatste dagen veel grappen over gemaakt, met een serieuze ondertoon: de Eindhovense techneuten krijgen voor elkaar wat het duurbetaalde oranje elftal niet lukte, namelijk winnen. Daarmee geeft het Eindhovense team onze gevoelens van nationale trots, die we zo graag in vol oranje ornaat tentoonstellen, een oppepper. De timing had niet beter kunnen zijn.

De stad Eindhoven is trots op het team van hun technische universiteit en spreidt dat graag ten toon. Dat herken ik, ook Delftse teams zijn in het verleden in onze stad gehuldigd na mooie prestaties, bijvoorbeeld in de World Solar Challenge. Voor de vooruitgang van de wetenschap mag dan vooral het jarenlang onderzoek tellen dat uiteindelijk een weg vindt naar wetenschappelijke tijdschriften zoals Science en Nature, het publiek voelt zich veel meer aangesproken door voetballende robots (Eindhoven) of 3.000 km racen op zonne-energie (Delft). Dergelijke projecten laten uitdagende kanten zien van technologie. 

 Ondertussen worstelen de overheid, het bedrijfsleven en de onderwijssector met  een tekort aan bèta’s. Nederland profileert zich als kenniseconomie, maar slaagt er niet in voldoende jongeren te interesseren voor een opleiding en baan in de techniek. Campagnes worden opgetuigd, met wisselend succes. Sinds eind vorige week gonst het op Twitter van de kritiek op de EU campagne Science: it’s a girl thing. De campagne is weliswaar niet specifiek op bèta’s gericht, maar in Nederland zijn vergelijkbare campagnes gehouden om meisjes voor de technische opleidingen te interesseren. De commercial bij de campagne laat een beeld van vrouwen in de wetenschap zien waarin de dames in de sector zich absoluut niet herkennen en zelfs heftig tegen afzetten. Iemand schreef: “Science isn’t a girl thing. Or a boy thing. Or a white thing. Or a posh thing. Or a geek thing.It’s a people thing”. Eenmaal op de betrokken website, vind je trouwens veel realistischer filmpjes met echte vrouwelijke wetenschappers. Die zijn wél OK. (Roy Meijer maakte een overzicht).

 

En daar ligt dus de oplossing die we allemaal eigenlijk al kennen en die bij de onderwijsinstellingen al praktijk is. Geef een realistisch beeld van wat bèta-wetenschappers zijn en kunnen, en toon je waardering voor de prestaties die ze leveren. Geef kennis en innovatie de waardering die hoort bij een kenniseconomie. Haal die mooie projecten van de omslag van het zoveelste commissierapport af  en zet ze eens op het bordes, achter het Haagse paleis. Ik zou geen betere campagne kunnen bedenken om te laten zien dat we het in Nederland menen met de kenniseconomie en dat wie kiest voor een bèta-opleiding daarmee de eerste stap zet op weg naar een heldenstatus. 

© 2011 TU Delft