Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Tips voor een persbericht

Hoe schrijf je een goed persbericht, vragen spinoffs van de TU Delft me vaak. Laatst vertelde ik al in een blogje dat ik ze altijd eerst vraag wat ze daarmee willen bereiken en of een persbericht wel de beste weg is naar dat doel.
Voor wie toch een persbericht wil schrijven, zijn er op het web tal van adviezen te vinden. Goede en minder goede, in mijn ogen. Hier volgen, in een notendop, mijn tips.

Begin met de conclusie
Anders dan bij een wetenschappelijk artikel, begint een persbericht met de conclusie (het nieuws) en leg je dat in de volgende paragrafen uit. Plm. een A4-tje is een mooie maximale lengte.
Een journalist krijgt dagelijks tientallen of honderden berichten in zijn inbox. Hoe spring je er uit? Bedenk een goede kop en zet die in het ‘onderwerp’ van je mail. Vertel in de eerste paragraaf in elk geval: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe?

Plaatje
Zorg voor een goed plaatje dat het nieuws illustreert. Er mag best een logo zichtbaar zijn, maar journalisten gebruiken niet graag een reclamebeeld. Ga daar dus slim mee om. Dat er een logo op bijvoorbeeld een apparaat staat is logisch, maar als je voor een groot reclamebord met het logo gaat staan, of je logo in een beeld plakt, heb je kans dat de journalist het beeld niet gebruikt en zelf een ander plaatje zoekt. Plak het plaatje (lage resolutie) in de tekst en geef onder het bericht aan hoe de journalist een HR-beeld kan downloaden of opvragen.

5 W's

Verzenden
Plak de tekst van je persbericht gewoon in het mailtje. Meesturen als bijlage is niet nodig. Stuur sowieso liever geen (grote) bijlagen mee, voor meer informatie kan je linken naar het web.

Stuur je je het bericht naar meerdere media tegelijk, zet dan niet de hele lijst in het ‘aan’-veld, maar adresseer het bericht aan jezelf en zet de lijst in de bcc.

Zet je contactgegevens onder het bericht en zorg dat je goed/snel telefonisch en per mail bereikbaar bent voor journalisten die meer willen weten.

Ook een kleiner nieuwtje kan interessant zijn voor bepaalde vakmedia. Benader hen gerust. Per mail of telefonisch, zo doe je ervaring op en werk je aan een netwerk. Bouw bij elk contact met een journalist aan je eigen mediabestand.

Twaalf punten voor een goed persbericht:
1 Waarom wil je eigenlijk in de media komen? Wat is je doel en doelgroep? Is een persbericht het beste middel?
2 Nieuws: wat is de aanleiding voor het persbericht? In de eerste paragraaf leg je uit wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Begin met de belangrijkste info en leg dat later verder uit
3 Denk aan je kernboodschappen: wat zijn de 2 of 3 dingen die je in elk geval wil meegeven over je bedrijf of product? Verwerk die in de tekst.
4 Maak duidelijk welk probleem je oplost / leef je in in de belevingswereld van de doelgroep.
5 Gebruik heldere taal, vermijd jargon.
6 Gebruik quotes en voorbeelden.
7 Zakelijk en concreet. Zeg bijvoorbeeld liever ‘de eerste in Nederland’, dan ‘uniek’.
8 Geef cijfers weer als herkenbare grootheden (zo dik als een haar of zo groot als 4 voetbalvelden…).
9 Vermijd grootspraak en vage termen (vrij vaak, tamelijk). Gebruik alleen superlatieven als je echt de eerste, grootste, kleinste of snelste bent. Vaak is dat ook de aanleiding voor het bericht.
10 Bedenk een goede kop. Lekt de kop de lading? Springt hij er uit?
11 Denk aan een goed plaatje.
12 Een ‘goh’-moment, een feitje of voorbeeld dat mensen verrast, heeft impact.

Heb je een link met de TU Delft, dan kan je de persvoorlichters daar altijd vragen om even mee te kijken.

Veel succes!

Be Sociable, Share!

1 comment

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *

© 2011 TU Delft