Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

Posted in 2014

Over communicatieafdelingen, universitaire pers en de vrijheid van meningsuiting

Linda Duits waarschuwde op 3 september in Folia voor een toenemende invloed van communicatieafdelingen op de universitaire pers. Tot nu toe heb ik altijd aan de kant gestaan als het schijngevecht tussen journalistiek en voorlichting weer eens losbarstte (meestal gaat die discussie over slechte journalistiek en slechte persvoorlichters), maar dit keer ‘hap’ ik.

Vrijheid van meningsuiting
De vergelijking met het dictatoriale Oezbekistan vind ik echt niet kunnen. Duits doet journalisten en bloggers in dictatoriale landen daarmee onrecht. De repressie van een bevolking door een dictatuur gaat heel veel verder dan een online magazine niet meer financieren. Dat hoef ik niet uit te leggen, toch? Duits schrijft: ‘Controle over wat er gezegd en geschreven mag worden is eng.’ Dat is waar, maar daar gaat het niet om bij  de universiteiten/hogescholen. Iedereen mag zeggen en schrijven wat hij of zij wil. De vraag is in hoeverre een (onderwijs)instelling mensen moet aannemen/betalen om onder een onafhankelijk redactiestatuut over die instelling te schrijven (en om dat als drukwerk te verspreiden). En dat in een tijd waarin iedereen dankzij weblogs, Twitter, Facebook… meer dan ooit te voren mogelijkheden heeft om zijn of haar mening uit te dragen.

love blogging

Ondersteunend
Afdelingen communicatie zijn volgens Duits een ‘bedreiging voor de universitaire praktijk’. Dat verbaast me. Wat we bij Externe Communicatie van de TU Delft vooral doen is wetenschappers, bestuurders en studenten helpen om hun boodschap uit te dragen. We helpen contact te leggen met de media en leggen uit hoe de media werken en hoe je je boodschap kan overbrengen. We geven workshops over  bloggen, twitter en andere social media. We laten zien hoe de buitenwereld kijkt naar boodschappen vanuit de universiteit of individuen. Dat helpt wetenschappers om hun doelen (verspreiden van onderzoeksresultaten of fondsenwerving bijvoorbeeld) te bereiken.

Ik ken natuurlijk vooral de situatie bij de TU Delft en vroeger die bij de Universiteit Maastricht, maar hoor ook wel eens wat over hoe de collega’s elders het doen en meestal is dat niet fundamenteel anders.

Goed nieuws
Leggen we daarbij de nadruk op positieve verhalen? Ja, dat klopt wel. We zijn van ‘be good and tell it’. Maar journalistiek is ook niet waardenvrij. Ik kies mijn krant en de programma’s die ik bekijk vanwege de onderwerpen die ze behandelen en de manier waarop ze dat doen. Bovendien, in de journalistiek geldt bijvoorbeeld vaak dat goed nieuws, geen nieuws is, toch? Dat is een journalistieke, maar geen objectieve keuze.

Bladeren
Ik ben het wel met Duits eens dat het jammer is dat papier verdwijnt. Niet specifiek bij universiteitsbladen (Delta verschijnt nog in gedrukte vorm, zij het minder vaak dan vroeger), maar in het algemeen. Sinds de papieren wetenschapsagenda niet meer op mijn bureau ligt, volg ik de promoties e.d. veel minder. En die handige universiteitsgids mis ik nog wekelijks. Ik houd van bladeren door de bladen, maar de dagelijkse online nieuwtjes wil ik ook niet meer missen. Hoe jammer het ook is, in de praktijk moet je keuzes maken. Het maken en verspreiden van drukwerk is helaas duur.

Wat vertellen vooraanmeldingscijfers?

Tentamens in sporthallen, tenten, kerken of bedrijfshallen. Colleges in theaters, concertzalen of bioscopen. Dat hangt ons volgens sommige media boven het hoofd omdat “te veel studenten zich melden voor technische studies”. Bijna elk jaar verschijnen er spannende berichten naar aanleiding van de vooraanmeldingscijfers (het aantal scholieren die aangeven wat en waar ze in september willen gaan studeren). Achteraf blijken de berichten op basis van vooraanmeldingscijfers zelden correct.

Issue
Vooraanmeldingscijfers zijn weerbarstig. Daarover zo meer. Dat journalisten er toch over willen berichten begrijp ik wel, vooral als er problemen in de lucht lijken te hangen. Bovendien is het een maatschappelijk issue: leiden we voldoende ingenieurs op voor de kenniseconomie? Is het onderwijs van goede kwaliteit? Komen scholieren in de problemen omdat ze zich te laat aanmelden?… Blijft de vraag of je daarover iets zinnigs kan zeggen op basis van deze cijfers.

En daar wringt het schoentje. Want cijfers van eerstejaars, instroom en aanmeldingen komen nogal eens op verschillende manieren tot stand. En dan kan je met statistieken zowat alles bewijzen. Met wat gegoochel produceerde ik laatst tegelijkertijd cijfers die een stijging van de vooraanmeldingen als een daling aantoonden ;-). Dus wat moeten we als journalisten om cijfers vragen: zeggen dat je nog geen betrouwbare cijfers hebt of cijfers geven met een lijst kanttekeningen?

Noordhollands Dagblad

Noordhollands Dagblad

Waar gaat het eigenlijk over?
Studenten schrijven zich gewoonlijk in de zomer (plm. tot eind september) in bij de opleiding die ze willen volgen, maar eerder al melden ze zich aan, de zgn. ‘vooraanmelding’. Die aanmelding is niet definitief; ze kunnen dus nog switchen. Dit jaar waren scholieren voor het eerst verplicht zich aan te melden voor 1 mei. Handig denk je, universiteiten weten dan vroeg waar ze aan toe zijn. Het tegendeel is waar: de aankomende studenten mogen zich voor drie opleidingen aanmelden (en 1 numerus-fixusopleiding). De cijfers laten ook zien dat studenten zich dit jaar voor meer opleidingen hebben aangemeld dan vorige jaren. In de cijfers tellen de studenten dan bij elk van die opleidingen voor 1/3 mee. Maar in de praktijk kiezen ze uiteindelijk misschien wel overwegend voor dezelfde studie. Bovendien mogen ze bij de meeste universiteiten in september alsnog voor een andere opleiding kiezen.
(N.B. Om het nog complexer te maken: bij opleidingen met een numerus fixus gaat het net nog anders. Dat laat ik nu even buiten beschouwing.)

Studiekeuzecheck
Aankomende studenten moeten zich vanaf dit jaar zo vroeg aanmelden vanwege de Studiekeuzecheck. Daarbij komen ze een dag naar de universiteit of doen online opdrachten om een goede indruk krijgen van wat de opleiding behelst en hoe zwaar die is. Daarnaast geeft de universiteit ze ook feedback. Omdat de studiekeuzecheck dit jaar voor het eerst wordt toegepast, is het afwachten wat het effect wordt op de definitieve inschrijvingen bij de opleidingen.

Het systeem verandert steeds
Door alle wijzigingen in het beleid in de afgelopen tijd, kunnen we cijfers van verschillende jaren niet goed met elkaar vergelijken, dus kunnen we niet goed concluderen of het aantal studenten gaat stijgen of dalen en hoeveel precies. Factoren die de voorbije jaren het studiekeuzegedrag flink beïnvloedden waren bijvoorbeeld de onzekerheid over de langstudeerboete, het sociaal leenstelsel en de invoering van het bindend studieadvies. En natuurlijk spelen ook de eigen maatregelen van de universiteit een rol: de invoering van een numerus fixus bijvoorbeeld, doet het aantal vooraanmeldingen vaak flink dalen bij die opleiding en stijgen bij andere opleidingen. En ten slotte hebben verontrustende berichten over onderwijs in tenten wellicht ook nog hun weerslag. 😉

Appels en peren
En dan zijn er nog de onduidelijkheden rond de gehanteerde definities. Hebben we het alleen over de vwo-ers die instromen in het eerste bachelorjaar? Of ook over nieuwe inschrijvingen in de masterfase, van studenten die hun bachelor elders (in binnen- of buitenland) hebben gedaan of die van het HBO komen via een schakelprogramma? En de studenten die in het eerste jaar een negatief bindend studie advies kregen en moeten switchen naar een andere opleiding, zitten die in de cijfers die journalisten willen?
Een aantal van de vooraanmelders begint uiteindelijk toch niet aan de studie. Omdat ze niet geslaagd zijn in het secundair onderwijs of een tussenjaar gaan doen. Zittenblijvers tellen ook niet mee: zij krijgen te maken met een negatief bindend studieadvies en moeten dus een andere studie kiezen. Welke dat wordt, zien de universiteiten pas in september.

Peildatum
Dit jaar moesten studenten zich voor 1 mei aanmelden. Vorig jaar niet. Hoe ga je dat dan vergelijken? Vergelijk je 1 mei (harde deadline) van dit jaar met 1 mei van vorig jaar (geen deadline)? Betrouwbaarder is het om te wachten op het aantal studenten dat 1 oktober aan het studeren is. De eerste verschuivingen zijn dan al achter de rug. Ook de universiteiten hanteren die peildatum.

De moraal van het verhaal
Als een journalist ons belt over de vooraanmeldingen, proberen we het bovenstaande in een notendop uit te leggen. ‘Maar hoe zit het dan”, vraagt de journalist dan toch meestal. “Hoeveel vooraanmeldingen hebben jullie nu. Bij de TU Lutjebroek verwacht men een verdubbeling van hun instroom.”
We worden feitelijk gedwongen om cijfers vrij te geven. Doe je niet mee, dan heb je helemaal geen grip meer op de boodschap. Een lastige situatie.

Nou vooruit, hier komt onze prognostiek van dit moment (begin augustus 2014): we verwachten bij de Bacheloropleidingen een stijging. In elk geval een stijging die we prima kunnen opvangen. Nee, geen colleges in een tent of kerk, ook niet om de piek van de eerste drietal maanden op te vangen.
Dit najaar zien we of ik gelijk had of een erratum moet toevoegen aan dit blogje.

Ter illustratie

Dit jaar weken bij de TU Eindhoven de vooraanmeldingen flink af van de inschrijvingen. Cursor berichtte daar over. (Toegevoegd op 5 september 2014.)

 

 

Wereldverbeteraars

Een journalist van Trouw belde me laatst omdat hij naar aanleiding van het nieuwe klimaatrapport van de VN op zoek was naar enkele leuke Delftse studenten. De VN voorspelt dat als de wereld niet snel maatregelen neemt, de opwarming van de aarde niet meer te stoppen is. De journalist wilde in zijn verhaal graag studenten aan het woord laten die willen werken aan oplossingen, die bijvoorbeeld onderzoek doen naar maatregelen om rivierdelta’s veilig te houden.

Nu heb ik in mijn digitale rolodex geen tabblad ‘wereldverbeteraars’. Maar een rondje mailen, bellen en twitteren leverde een aantal geëngageerde studenten op. Slechts één van hen, Alwin Commandeur, paste precies in het plaatje dat Trouw voor ogen had en haalde het verhaal in de krant (helaas achter een betaalmuur).

Voor wie de komende tijd op zoek is naar betrokken Delfterikken, dit was de oogst:

Alwin Commandeur
Alwin Commandeur deed van september tot december 2013 stage in Myanmar (Birma) en werkte er rondom de Irrawady rivier. Myanmar staat voor zeer grote uitdagingen in de watersector en doet daarvoor sinds kort ook beroep op expertise uit het buitenland. De effecten van klimaatveranderingen zullen er een grote impact hebben: meer overstromingen, meer tyfoons en langere periodes van droogte.

Irrawady rivier, Myanmar

Irrawady rivier, Myanmar

Robin de Vries
Robin is MSc student Remote Sensing &Geoscience en was begin 2014 in Spitsbergen, waar hij o.a. Glaciologie (of gletsjerkunde) studeerde en zich verdiepte in de effecten van klimaatverandering. Als al het ijs op de wereld zou smelten, zou het zeeniveau gemiddeld 60 meter stijgen. Belangrijke steden en regio’s zouden onder water verdwijnen. Daarom boeien ijs en de invloed die klimaatveranderingen er op hebben Robin.
Lees de weblog van Robin.

Sjoerd Moorman
Sjoerd studeert Sustainable Energy Technology (MSc) en was lid van het Nuon Solar Team dat in 2013 met Nuna7 de World Solar Challenge in Australië won, de race voor wagens die uitsluitend op zonne-energie rijden. Eerder liep hij stage bij RIWIK East Africa Limited in Kenia, een bedrijf dat duurzame en betaalbare technologie verkoopt, zoals zonnepanelen en waterpompen op zonne-energie.

Momenteel werkt hij aan de technische ontwikkeling van een kleinschalig modulair Concentrated Solar Power systeem,  dat in staat is om de geproduceerde warmte voor langere tijd op te slaan en op het gewenste moment elektriciteit leveren. Het systeem kan als energievoorziening dienen voor bedrijven en gemeenschappen in afgelegen gebieden in Afrika die geen aansluiting hebben op het elektriciteitsnet. Op dit moment maken ze gebruik van dieselgeneratoren voor hun energievoorziening, maar ze staan open voor een duurzaam alternatief. Hiermee kunnen zij zowel in hun eigen energiebehoefte, als die van hun werknemers en omliggende gemeenschappen voorzien.

Rob de Jeu
Rob studeert Sustainable Energy Technology (MSc) en is voorzitter van de Delft Energy Club. De Delft Energy Club is een platform van studenten rond het thema energie. Het doel is om studenten, academici en bedrijven rond dit thema bij elkaar te krijgen, bijvoorbeeld door het organiseren van lezingen, energy games en bedrijfsbezoeken. Maar de Energy Club zoekt bijvoorbeeld ook naar stagemogelijkheden voor studenten en biedt projecten aan waarin studenten bijdragen aan de energietransitie: de overgang naar een energiemarkt waarin fossiele energiebronnen geheel of gedeeltelijk vervangen worden door duurzame.

In het kader van zijn studie onderzoekt Rob de komende tijd hoe de energiemarkt beter in staat gemaakt  kan worden om duurzame energie op te nemen. Daarmee hoopt hij op termijn een marktgestuurde stimulans voor duurzame energie te vinden.

Lotte de Vos
Lotte onderzocht de efficiëntie van de keramische potfilter, een simpel middel waarmee drinkbaar water kan worden geproduceerd in ontwikkelingslanden. Een leidingnet dat iedereen voorziet van veilig drinkwater, zoals we dat in het Westen kennen, ontbreekt in ontwikkelingslanden. Een systeem voor kleinschalig en huishoudelijk gebruik kan een goed alternatief zijn. De keramische pot is zo’n systeem. Vies water wordt gezuiverd door het door poriën van het keramiek te laten sijpelen. Lotte onderzocht hoe men in fabrieken in Cambodja de kwaliteitscontrole van de filters voor deze potten het best kan uitvoeren.

Lotte werkt ook mee aan de  gratis online cursus Introduction to Water Treatment van de TU Delft. Via cursussen (MOOC’s) zoals deze heeft iedereen, waar ook ter wereld, gratis online toegang tot de kennis van de TU Delft.

En dan nog deze:
Ecolution
“De meest idealistische studenten zitten bij Ecolution”, meldde iemand. Ik ben er niet meer ingedoken, want we hadden inmiddels voldoende studenten gevonden voor Trouw. Wat het blijft toch altijd jammer om mensen enthousiast te maken voor een mogelijk interview dat later toch niet door blijkt te gaan.

Dank dus allemaal voor jullie enthousiasme om te vertellen over de mooie projecten die jullie doen. Wellicht tot een volgende keer.

Naschrift (16 april 2014)

Omdat ik dit zelf een leuk onderwerp vind om over te schrijven en leuke reacties kreeg, wil ik graag een vervolg maken. Nominaties van wereldverbeterende studenten, onderzoekers, docenten, ondernemers… van de TU Delft zijn welkom.

© 2011 TU Delft